Ik ben als 2e jaars student verpleegkunde in de paasvakantie gaan werken in een WZC waar ik mijn stage heb gedaan. Ze zochten studenten die wilden helpen in deze vreemde en drukke periode.
Toen ik mijn eerste dag aankwam op de afdeling bleek al direct dat de situatie niet meer was zoals ze tijdens mijn stage was. Mondmaskers op, elk personeelslid moest zijn of haar temperatuur meten, en de briefing was niet in de verpleegpost, lekker dicht tegen mekaar, maar in de leefruimte met de nodige afstand. Tijdens de briefing bleek dat er veel zieken waren, al wisten we niet of het hier ging over het alom bekende coronavirus, of iets anders. Na die eerste shift kwam ik thuis en begon ik na te denken. Ik wist niet wie besmet was, en wie niet. Hoe kon ik dan mezelf en vooral de andere bewoners in het WZC beschermen? Gelukkig kreeg ik die avond een telefoontje van de verantwoordelijke van het WZC om te melden dat wij gekozen waren door de overheid om iedereen (zowel bewoners als personeel) te testen. Ook werd er extra beschermingsmateriaal voorzien. Dit was een hele opluchting.
In de dagen die daarop volgden werd iedereen getest. En dan de uitslag: enorm veel besmettingen, zowel onder bewoners als personeel. We begonnen dan ook met de afdeling te reorganiseren. Onze blok bestaat uit 2 verdiepingen. De bovenste werd een covid-afdeling, de onderste werd in 2 gesplitst en gescheiden door een dikke plastiek waar we ons telkens moesten omkleden. Ik zei nog tegen mijn collega’s: dit lijkt zo futuristisch, recht uit een science-fiction film… We volgden alle maatregelen, om onszelf en onze familie te beschermen, MAAR vooral voor onze lieve bewoners, waarvan de schrik in de ogen te lezen was.
Toen moest het ergste echter nog komen… Het eerste sterfgeval, de 2e volgde de dag erna… Tot ik enkele dagen later aankwam en er 3 op 24 uur tijd hun laatste reis hadden ingezet. Toen werd het me even te veel. In vergelijking met ervoor, reed ik nu naar mijn werk met de gedachte: hoeveel bewoners zouden we vandaag verliezen? Ook de bezorgheden van de bewoners spookten door mijn hoofd. Die lieve mensen kijken ook naar het nieuws, die horen de cijfers ook, OOK de cijfers en het nieuws uit de rusthuizen en woonzorgcentra…
We waren met zo weinig personeel, vanwege de vele zieken, dat we nog veel minder tijd hadden als voorheen om onze zorgen uit te voeren. ’s Morgens tijdens de ochtendzorgen was er even een momentje dat we konden praten met de bewoners. Mensen vroegen naar de situatie in onze blok, naar wanneer de familie mocht langskomen, of ze al dan niet besmet waren en welk risico ze liepen, en naar hun mede-bewoners waarvan ze wisten dat ze ziek waren. Het was heel moeilijk om dan af te wegen wat ik kon en mocht vertellen, en wat niet.
Het zijn 2 weken geweest van extreme dilemma’s. Ik heb mensen zien sterven, in totaal andere omstandigheden dan ik gewoon ben. Mensen die kerngezond waren, die dan plots een extreem lage saturatie hebben en aan mij vroegen of ze gingen sterven. Of die keer dat de begrafenisondernemer een overleden bewoner kwam halen, helemaal ingepakt, met de kist rijdend door de gang. Er stond nog een kamerdeur open, en die bewoner zag ons voorbij komen… Of de familie van een bewoonster die langs de tuin afscheid kwamen nemen. Ik waarschuwde hen dat hun moeder niet meer aanspreekbaar was. Het moment dat die mensen hun mama terug zagen... Je ziet die familie gewoon breken, achter het raam, en je kan niets doen.. Enkel zeggen dat we zorgen dat ze niet afzien…
Ondanks dit alles, hoe gigantisch zwaar dit ook moet zijn voor de bewoners en hun familie, tonen zij alsnog hun steun en respect aan ons, de mensen in de zorg. We werden bedolven onder bloemen, chocolade, koekjes en brieven en kaartjes. Om ons te bedanken voor de goede zorgen, om ons een steun te geven in deze tijden.
Wel, dit deed mij elke keer iets, een warmte die door mijn lichaam ging, tranen die in mijn ogen sprongen. Hoe hard die 2 weken ook waren, ik bleef doorgaan. Voor die lieve mensen en hun families, maar ook voor mezelf. Ik had hier voor gekozen, en dit is waarom. Om er te zijn voor anderen wanneer ze mij nodig hebben, in de grote maar ook de kleine dingen.
Normaal startte ik afgelopen maandag met mijn volgende stage. Ik maakte me zorgen om het virus mee te nemen naar mijn nieuwe afdeling, en mailde dus naar de stage-coördinatie van mijn school. En terecht, ik mocht niet starten. Medestudenten zeiden mij dat ik daar zelf voor had gekozen. JA! Ik heb hier zelf voor gekozen, en zou het direct opnieuw doen. De ervaring die ik in die 2 weken heb opgedaan, de steun die ik gegeven heb aan mijn collega’s EN die ik terug kreeg, de lieve mensen die ik geholpen heb in de laatste momenten van hun leven,… Dat zijn dingen die niemand mij ooit nog afneemt. Ik ben fier dat ik als student mijn steentje heb kunnen bijdragen in deze moeilijke tijd. Binnen 2 jaar studeer ik ten slotte af, en zal ik er ook staan. Hopelijk terug in een normale wereld.
Ik kan dit alles samenvatten in 1 zin: zorgen doe je met je hoofd, met je handen, maar vooral met je HART!
Eline
Reactie plaatsen
Reacties