De eerste week is voorbij en ik kan alleen maar zeggen: ”Amai! Wat een week.” Ik had schrik voor deze stage omdat ik niet wist wat ik zou kunnen verwachten. Ook was mijn laatste stage op de NICU afdeling (lees: neonatale intensive care unit). Deze afdeling is totaal anders dan wat ik nu meemaak. Een baby kan niet praten en nu zit ik tussen allemaal lieve patiënten die al een hele rugzak meedragen.
Je merkt direct als je de mensen een goedemorgen gaat wensen dat ze blij zijn iemand te zien. Ik heb in de eerste week nog meer meegemaakt dan in de 6 weken lockdown hiervoor. Het is moeilijk als je ergens nieuw bent. Niet alleen de patiëntenpopulatie is nieuw, maar je komt ook in een volledig nieuw team terecht. Ik ben vooral in deze tijd met mijn gat in de boter gevallen. Enerzijds omdat ik blij mag zijn dat mijn stage doorgaat en dat de school een stageplaats voor mij gevonden heeft. Het zal niet evident geweest zijn om voor zoveel studenten een plaats te vinden. Sommige afdelingen zijn gesloten door de crisis en andere afdelingen willen geen studenten omdat het te gevaarlijk is. Daarnaast ben ik in een enorm warm team terecht gekomen. Ik word direct hartelijk ontvangen en mag mee participeren als een echt verpleegkundige. Als laatste heb ik het geluk dat ik een ‘veilige’ stageplaats heb toegewezen gekregen. De afdeling is een niet-corona-afdeling. Alle patiënten worden gescreend en mogen pas op de afdeling komen als ze covid-negatief zijn. Er mag ook geen bezoek komen omdat zij potentiële dragers van het virus kunnen zijn en zo onze patiënten kunnen besmetten, wat zeer risicovol zou zijn. Ook heeft de afdeling zelf enkele preventieve maatregelen gesteld die noodzakelijk zijn om het virus zo min mogelijk te laten circuleren.
Wat ik gemerkt heb aan de patiënten is dat ze enorm veel nood hebben aan een babbel. Sommigen van hen liggen alleen in een kamer en af en toe komt er een dokter of verpleegkundige binnen. Enerzijds wil ik wel vaker bij hen binnengaan, maar steeds de patiënten storen wil ik ook niet doen. Ze hebben ook hun rust en privacy nodig, en daar zou ik de storende factor zijn. Als ik vraag of ik de televisie voor hen kan aanzetten, zeggen ze: “Corona, daar hoef ik niets van te horen.” Mensen zijn in de Coronatijd zo gebrainwashed dat ze zelfs televisie kijken associëren met corona. Ik neem het hen zeker niet kwalijk want overal waar je kijkt, zie of hoor je iets over het virus. Toch probeer ik dan een zender te zoeken die niets te maken heeft met corona of ik zet muziek op die ze graag horen. Vandaag hebben velen zelfs via de televisie naar de mis kunnen luisteren. Veel geriatrische patiënten hechten nog enorm veel belang aan het geloof. Ze hebben een houvast in het leven en bidden voor zichzelf en hun dierbaren. Ze waren ons zo dankbaar dat we de mis voor hen wilden opzetten terwijl dit maar een kleine moeite is.
Kleine moeite
Ik merk dat veel patiënten ons niet willen lastig vallen. Ze noemen ons ‘de helden van vandaag’. Ze denken dat we zeer veel te doen hebben en geen tijd hebben voor hun beloproep. Ze bellen liever niet en vallen ons niet lastig, dan ons te storen in onze ‘koffiepauze.’
(lees: koffiepauze = 1 minuut plassen, een klein slokje water of koffie drinken en terug verder doen. In de drukke gevallen is het koffie drinken terwijl we bezig zijn). Aan de lieve patiënten: Maak je niet druk en bel maar gerust. We willen wel gerust je kervelsoep wisselen in een bouillon omdat je die niet lekker vindt of omdat de stukjes in je keel blijven steken en je steeds moet hoesten. Ook mag je bellen als het gebit van je buurvrouw op de grond valt, als je stuit pijn doet en je graag terug in je bed wilt gaan liggen of als je pamper nat is doordat je een ongelukje had. We hebben zelfs graag dat je dan belt.
We hebben veel werk, dat geef ik wel toe. Toch vind ik dat er patiënten zijn die vaker mogen bellen en geen afwachtende houding moeten hebben. Aan de andere kant is bellen om te zeggen dat je gebeld had omdat je de verpleegkundige al lang niet meer gezien had, maar er eigenlijk niets is, verschrikkelijk. Daar gaan onze haren van in de lucht staan.
De eerste week was al zeer druk, maar enorm leerrijk en interessant. Ik heb er al van genoten en ben benieuwd wat de andere weken voor mij in petto hebben.
Lena
Reactie plaatsen
Reacties