Starten met een klein hart

Gepubliceerd op 8 mei 2020 om 17:15

Ik ben vorige week dan toch, met 2 weken vertraging, kunnen starten op mijn stage in de psychiatrie. Het was een start met een klein hartje, omdat het een heel ander onderdeel van de zorg is dan ik gewoon ben. In de eerste dagen op mijn afdeling was het dan ook even zoeken en wennen aan de werking in een psychiatrisch verzorgingstehuis.

Bij ons zitten mensen die langdurige psychiatrische klachten hebben, en dus over het algemeen stabiel zijn in hun symptomen. Dit is anders dan op een acute opnamedienst. Het grootste deel van de dagtaak is praten, praten en nog eens praten. En laat dit nu net iets zijn waar ik heel goed in ben! :D Al is het niet zo simpel als het lijkt. Ik merkte dat de bewoners niet allemaal stonden te springen om weer eens een nieuwe student te verwelkomen. De ene was al nieuwsgieriger dan de andere. Ik gaf het dan ook enkele dagen de tijd om te wennen aan dat onbekende gezicht. Ik begon eerst met de namen van de bewoners te leren, hen goeiedag te zeggen, te helpen met kleine dingen. Na 2 dagen ging ik bij een aantal mensen zitten waarvan ik merkte dat ze ervoor open stonden, en zo is het vertrouwen op enkele dagen gegroeid. Sneller dan ik verwacht had, want ik vond het de eerste 2 dagen nogal onwennig. Je komt ten slotte in die mensen hun leefwereld, hun thuis. En zeker nu, in een tijd van veel onzekerheid, geen normale dagstructuur en veel stress. Ik nam deze ongewone tijd dan ook als onderwerp om een aanknoping te vinden voor een gesprek. Ik keek met de bewoners mee naar het nieuws, en vroeg hen hoe ze zich hierbij voelden, hoe zij het vanuit de afdeling beleefden, en hoe zij omgingen met de maatregelen. Toen besefte ik pas dat de maatregelen die wij, als ‘gezonde mens’ opgelegd krijgen, nog bijlange niet zo erg zijn als de mensen die in een instelling (eender welke) zitten. Om een beeld te geven: wij zijn een open afdeling, dit wil zeggen dat de bewoners vrij activiteiten buiten de afdeling kunnen plannen. Alles wordt natuurlijk wel besproken met het zorgpersoneel, maar zij maken hierin hun eigen keuzes. De ene doet dit zelfstandig, de andere met begeleiding van een verpleegkundige. Zo gaan zij normaal bijvoorbeeld zelf naar de winkel voor extra eten en drinken, ze gaan winkelen voor kleren, schoonheidsproducten of hobbymateriaal. Ook worden er jaarlijks verschillende uitstappen gedaan, en niet te vergeten; ze gaan regelmatig naar huis of krijgen bezoek van familie en vrienden. Dit alles valt nu weg. En dit benoemden ze dan ook toen ik mijn prangende vragen stelde. Hetgeen wat veel terugkwam was: ‘jij kan straks naar huis, naar je gezin, maar ik blijf hier he!’ of ‘ik zou zo graag eens een wandeling maken buiten, gewoon om even mijn hoofd leeg te maken’. Dan besef je pas dat de maatregelen die wij moeten ondergaan, nog veel erger kunnen. Onze bewoners mogen helemaal NIET buiten. Geen wandelingen, geen bezoekjes, niet naar de winkel, niets. Zij zitten ondertussen al 8 weken op de afdeling, of in onze tuin van 200m². Ze dragen constant een mondmasker, moeten afstand van mekaar houden, moeten zich aan allerlei regels houden zoals apart eten, hun structuur die voor veel mensen zo belangrijk is valt weg, 2 keer per dag temperatuur laten meten,… Ook de therapiesessies zijn naar een minimum getrokken, telkens met maximum 6 personen. Als je weet dat er 43 mensen wonen, moeten we hier heel selectief in zijn. Je merkt dan ook dat de bewoners het heel erg zwaar hebben. Zij hebben al een lang psychiatrisch verleden, komen dan naar ons om verder begeleid te worden naar terug zelfstandig functioneren, en dan ineens drukt er een gek virus radicaal op de STOP-knop. Hun leven staat stil, net zoals dat van ons. Maar hun toekomst, hun doelen, hun vooruitzichten staan ook allemaal op on hold. Zelfs zo erg dat er mensen vertellen dat het voor hun allemaal geen nut meer heeft. ‘Waarom ben ik hier nog, nu ik nog niet meer buiten mag, geen bezoek mag krijgen?’ Ik zeg dan dat ik erin kan komen dat dit zeer zwaar voor hun is, en dat ik hen graag een perspectief wil geven. Ik zou zo graag zeggen: over een maand kunnen we terug opbouwen naar een normaal leven. Maar dat kan ik niet, dat kan niemand. Niemand kan een antwoord geven over wanneer dit gekke tijdperk eindelijk voorbij zal zijn…

 

Eline


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb